De stilteruimte is een groen, met grassen en mossen bekleed object in de Kloostertuin. Het gebouwtje representeert niets en staat als een gestileerd rotsblok in de ruimte. Men betreedt de voorruimte van de tempel door een opening in de beukenhaag. Hier staat een waterschaal die door te borrelen aangeeft of er in het gebouwtje nog een plek vrij is.
Binnenin het object verandert de sfeer volkomen. De ervaring van de vierhoekige plattegrond wordt voorbij de entree gedraaid, waardoor de hoeken van de massieve sculptuur op een andere plek liggen dan verwacht. De wanden absorberen het geluid - ze bestaan uit licht keramisch materiaal van antraciete bolletjes.
Er valt licht binnen door een opening in de wand en het dak. Deze vormen de verbinding tussen de geestelijke en materiële wereld. De elementen (regen, licht, wind) zijn door de openingen voelbaar.
Twee verwarmde muurzits en één verwarmde vloerzit bieden plaats aan drie mensen.
Via de hoge uitgang stapt men tenslotte weer naar buiten. In de patio achter de tempel maakt de tijdelijke focus op eigen gedachten weer plaats voor de wereld om ons heen. En zo betreedt men weer de Kloostertuin.