De plant ligt als een eiland in de stad; een hek vormt de grens met het landschap erbuiten, van heidevelden en eikenberkenbos.
De ruimtelijke ingreep bestaat uit een landschappelijke transformatie, van werkeiland naar werklandschap. Het tuinachtige karakter van de plantsoenvakken is vervangen door een doorlopend groen landschap, met daarin programma's als parkeren, routing en verblijven. De metafoor is die van een printplaat als plug-in landschap.
De ruimtelijke drager - de hoofdas - is overeenkomstig het landschapsconcept heringericht. Langgerekte platen "vangen de lucht" en liggen als kunstobjecten in het landschap van de as.
De entrees van de gebouwen zijn toegankelijk gemaakt met paden van staptegels, die opgaan in het groene maaiveld.
De natuur vormt een contrastrijke ervaring met de werkgebouwen.